|
BVH waarschuwt |
![]() |
|
|
Vroeger was het allemaal heel eenvoudig. Het Openbaar Onderwijs viel rechtstreeks onder de gemeente, dus onder de wethouder van Onderwijs. Hij of zij had wel niets te zeggen over het niveau van de salarissen van het onderwijzend personeel (dat is een rijkstaak en rijkszaak) maar bijvoorbeeld wel over al dan niet uitbreiding van het docentenbestand. Sinds jaar en dag is tussen de lokale overheid en het Openbaar Onderwijs een stevige afstand ontstaan door de verzelfstandiging van datzelfde Openbaar Onderwijs in autonome stichtingen. In wezen neemt het Openbaar Onderwijs min of meer dezelfde positie in als het Bijzonder Onderwijs dat al meer dan een eeuw volstrekt zelfstandig opereert. De meeste openbare onderwijs instellingen in de gemeente Utrechtse Heuvelrug en in de regio zijn ondergebracht in stichtingen met daarboven raden van bestuur en raden van toezicht. Deze stichtingen, die scholen omvatten van basisonderwijs, speciaal onderwijs, voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs tot HAVO en VWO toe, zijn wel verplicht jaarlijks het jaarverslag ter vaststelling (niet ter goedkeuring !) voor te leggen aan de gemeenteraden van gemeenten waarin onderwijsinstellingen van deze stichtingen gevestigd zijn. Deze verplichting is vastgelegd in de statuten van deze stichtingen en vervolgens goedgekeurd door de relevante gemeenteraden. Dit heeft zich voorgedaan toen de clusters van openbaar onderwijs ontstonden en inmiddels niet meer onder de directe invloedssfeer van de lokale overheden vielen. Het komt er dus in feite op neer dat een gemeenteraad slechts kennis neemt van het jaarverslag van zo’n openbare onderwijsmoloch, maar er inhoudelijk eigenlijk niets mee kan, omdat het niet meer tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort om bijvoorbeeld het jaarverslag af te keuren. Kan niet. De ‘verplichte’ overlegging van zo’n jaarverslag aan de gemeenteraad lijkt dus op een ‘wassen neus’. De fractie van Burger Vertegenwoordiging Heuvelrug (BVH) vindt dat (dus) een farce en wil daar verandering in aanbrengen. Een poging daartoe deed zij tijdens de raadsvergadering van 21 november jongstleden tijdens de behandeling van het jaarverslag van de Stichting Openbaar Onderwijs Rijn- en Heuvelland, een cluster van 24 scholen in verschillende graduaties in diverse gemeenten, waaronder dus ook de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Onderwijsspecialiste in de BVH-raadsfractie, Gera Hensbergen, had in het jaarverslag de nodige ‘ongerijmdheden’ aangetroffen, zoals een te grote werkdruk onder het personeel, een forse stijging van de bestuurskosten en een slecht financieel resultaat over 2010. Voor de BVH-fractie voldoende reden om een motie in te dienen om via de Gemeenteraad de Raad van Toezicht duidelijk te maken dat een ander beleid noodzakelijk is om bijvoorbeeld de werkdruk te verminderen en de voorgenomen bestuurlijke uitbreiding af te blazen. Een signaal dus. En zeker niet een motie met de bedoeling om als Gemeenteraad op de stoel van de Raad van Toezicht of op die van de Raad van Bestuur te gaan zitten. BVH-fractievoorzitter Sybe Streekstra verwoordde in een toelichting op de motie het heel treffend: “Deze door ons in te dienen motie is ervoor om te voorkomen dat de overheid straks het verwijt krijgt dat zij geen grip meer heeft op de ontwikkelingen in het Openbaar Onderwijs. In ieder geval wil de BVH-fractie niet worden verweten dat zij geen oog heeft voor onverantwoorde zaken binnen deze sector van het onderwijs.” Dit alles was tegen dovemansoren gezegd. De liberalen (VVD) pruttelden wat en ‘waarschuwden’ de Openbare Onderwijsstichting als volgend jaar geen ‘schoon schip’ is gemaakt. De zich noemende ‘progressieven’, de PvdA/Groenlinks-fractie, alsmede de D66-fractie vonden de motie overbodig omdat er een (regulier) gesprek tussen raad en het bestuur van de stichting op de rol staat. Zo dachten ook het CDA en de SGP erover. Duidelijke ondersteuning overigens van de vertegenwoordigers van de CU en de SP. Maar helaas geen stok achter de deur voor die onderwijsbonzen van die grote onderwijsstichting; de motie werd namelijk niet aangenomen. Hieruit kan de enige conclusie worden getrokken dat het overgrote deel van de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug zich weinig gelegen laat liggen aan ontwikkelingen in een van de belangrijkste onderwijsclusters in onze regio. Een teken aan de wand. . Frits van Schaik, BVH-raadslid |
|
"

